In romans bestond het internet al lang voor het er was. Toeval?

Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Een nieuw essay in Trouw  over hoe schrijvers indirect invloed uitoefenen op de ontwikkeling van technologie.

 

 

Message in a bottle, in Tirade

Fragment uit het essay 

 

'Sinds Frankenstein; or the Modern Prometheus in 1818 verscheen, is de roman permanent in druk geweest. Geen slechte prestatie, vooral niet als je in ogenschouw neemt dat het hier gaat om het debuut van een negentienjarige vrouw, Mary Shelley. Er zijn denk ik van maar weinig debuten zo veel verfilmingen, toneelbewerkingen, strips en literaire remakes gemaakt als van Frankenstein en er komt nog steeds nieuw werk bij. In het programma The Waterstones Interview wordt schrijvers altijd gevraagd naar hun grootste inspiratiebron en ook nu noemen zij Frankenstein nog altijd vaker dan welk ander boek ook. De roman blijft actueel. Maar waarom eigenlijk precies?

Frankenstein wordt vaak de eerste echte sciencefiction roman genoemd. Aan die term kleeft nog steeds het beeld van een verhaal met robotachtige personages die in geavanceerde ruimteschepen oorlog met elkaar voeren, een genre waarin Shelley’s roman niet thuishoort. Ik beschouw Frankenstein eerder als het begin van de speculatieve fictie, een traditie die onder meer werd voorgezet door Jules Verne met 20.000 mijlen onder zee, George Orwell met 1984 en Aldous Huxley met Brave New World. Deze schrijvers betreden een toekomst met hun verbeelding en onderzoeken de nieuwe mogelijkheden van science. Ook de afgelopen jaren verschenen er romans in dit genre, waarvan Machines zoals ik, van Ian McEwan (eigenlijk een what if-roman) en Frankusstein, van Jeanette Winterson, bekende voorbeelden zijn.   

Lees verder op papier, in Tirade.

De schrijfrobot zit de schijver op de hielen

Null Beeld
Null Beeld

Trouw

Cijfers en letters

Essay in Tirade
 
 
'Voordat de mogelijkheden van de literaire robot verder worden onderzocht en uitgebreid, zou het interessant zijn om eerst de vraag te
beantwoorden waarom we zo’n elektronische schrijver zouden willen. Een van de problemen van de snelle technologische ontwikkelingen
in de 21ste eeuw is dat de tijd tussen het bedenken en het op de markt brengen van iets steeds korter wordt ....'
 
Lees verder op papier.

De literatuur gereduceerd tot cijfers

 ... de Australische schrijver en wetenschapper Oscar Schwartz experimenteerde al veel met ‘robotschrijven’. Hij richtte in 2013 de website ‘Bot or not’ op. De bezoeker ervan kan meedoen met de Turing-test voor poëzie. In Schwartz’ TED Talk ‘Kan een computer gedichten schrijven’ moet het publiek raden wie de maker van een gedicht is, computer of mens. De eerste tegenspeler van de elektronische dichter is William Blake, die de verbeelding belangrijker vond dan de rede. Het merendeel van de aanwezigen in de zaal raadt welk gedicht door Blake is geschreven en welk gedicht het product is van een algoritme dat de taal van een Facebookfeed gebruikte. Maar bij een vergelijking tussen een gedicht van Frank O’Hara en het al veel oudere algoritme Racter is het publiek ineens verdeeld. De helft wijst Racter als menselijke dichter aan. Dan volgt de derde test.

Lees verder in Trouw

Bijdrage jubileumnummer Van Oorschot

Bijdrage jubileumnummer Tirade over Liefde, als dat het is, van Marijke Schermer.
 
Of ben ik toch een feestje?
 
‘Ik wil de lezer uitnodigen om, voor de duur van dit boek, alle gangbare ideeën over de aard en het gebruik van literatuur in het algemeen, en narratieve fictie in het bijzonder terzijde te schuiven. Zo wil ik je bijvoorbeeld vragen af te zien van het idee dat fictie iets ontegenzeggelijks goeds is, iets ruimdenkends, iets verrijkends, dat schrijven en lezen van nature positieve zaken zijn en altijd naarstig moeten worden aangemoedigd.’
Zo begint De roman als overlevingsstrategie van Tim Parks. Als je het woord ‘literatuur’ in het bovenstaande fragment zou vervangen door ‘liefde’, zou het fragment ook van toepassing kunnen zijn op Marijke Schermers hoogst originele roman Liefde, als dat het is, waarin zij de liefde opnieuw bevraagt. Ze doet dit aan de hand van de verhalen (en perspectieven) van zes verschillende personages.
 
Lees op papier verder in Tirade

Ben ik echt iemand

Een artikel over Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter, Hella S. Haasse

 

' ...  De onderwerpen die in de briefwisselingen van de achttiende-eeuwers naar voren komen, spelen ook in het leven van vandaag een rol. Zo blijkt Willem Bentinck niet in staat veel te begrijpen van het gevoelsleven van de vrouw die hij toch dagelijks met klem verzekert dat hij haar zo lief heeft. Lip, de minnaar van Charlotte Sophie, begrijpt haar veel beter, wat blijkt uit het portret dat hij van haar geeft en de feesten die hij ter ere van haar organiseert. De neerslachtigheid die Charlotte Sophie overvalt wanneer haar minnaar – voor wie ze haar echtgenoot en haar twee kinderen heeft verlaten – niet meer van haar houdt, wordt weliswaar niet met antidepressiva bestreden, maar verder zijn de verschijnselen van liefdesverdriet gelijk aan die van nu.

Tegelijk worden er voorvallen beschreven die je doen beseffen hoezeer alles is veranderd. Zo heeft Lottgen, de nicht en pleegzus van Charlotte Sophie, een slecht gebit, waardoor ze nooit in gezelschap zal kunnen lachen zonder haar waaier of hand voor haar mond. Lottgens tweede echtgenoot Lip heeft al snel een fysieke afkeer van haar wegens haar onwelriekende adem, een kwaal waar toentertijd weinig tegen te doen was. Dat is nog eens iets anders dan op je zeventiende een borstvergroting of een kleine correctie aan de schaamlippen laten uitvoeren. ...' 

 

Lees verder in de Groene, over Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter, Hella S. Haasse

 

Piek, het boek van hoogleraar psychologie K. Anders Ericsson over aangeboren (muzikaal) talent.&

'... Zelfs als Salieri er nog tien levens bij zou krijgen, zal het hem niet lukken om een opera te schrijven van hetzelfde niveau als Mozarts Le Nozze di Figaro. Dat was wat ik dacht tijdens mijn studie aan het Koninklijk Conservatorium. De zin kwam in mijn debuut terecht. Dat dit waar moest zijn, bewees een jongen die op een zomerse dag in een korte, geruite broek het conservatorium kwam binnenlopen om toelatingsexamen klarinet te doen. Hij was nog te jong om op een brommer te mogen rijden. Het leek ons, de studenten, ondenkbaar dat deze prepuber iets van de liefde of de dood begreep, laat staan dat hij zijn gevoelens daarover in muziek zou kunnen uitdrukken.

Na het toelatingsexamen zei de commissie dat deze jongen ook met gemak al eindexamen klarinet had kunnen doen. Ik weet niet wat sterker was: onze jaloezie of bewondering. Voor onze studie stond vijf á  zeven jaar van eenzame opsluiting met je muziekinstrument....' 

Lees verder op het Lebowski blog