anjasicking.nl

Piek, van K. Anders Ericsson

03-06-2016 12:36

Een wonderkind zonder talent, bestaat dat? Meer over Piek op het Lebowski Blog.

De nieuwe IBM (Lebowski Blog)

24-05-2016 10:37
De nieuwe IBM

 

Mijn televisietoestel, een reusachtige B&O uit de vorige eeuw, staat in de hoek van de kamer, en binnenkort vast bij het grofvuil. 

Sinds een paar jaar kijk ik vooral tv via het internet. Zo kom ik op een avond terecht in Coen Verbraak's programma Kijken in de Ziel: Schrijvers. Ik weet niet precies wat dat is, een ziel, maar in deze context gaat het vast om persoonlijkheid, om temperament. Verbraak vraagt zijn gasten hoe ze schrijven. Jan Siebelink heeft twaalf geslepen potloden in allerlei kleuren klaarliggen. A.F.Th. werkt op een IBM typemachine. Hij heeft zelfs een paar reserve-exemplaren.
Het schrijven op een typemachine komt me prehistorisch voor, terwijl mijn vader niets anders deed. Is het mogelijk dat een documentairemaker over een jaar of dertig, veertig, aan een schrijver vraagt: ‘Schrijft u uw romans zelf of doet uw computer dat?’
Schrijvers staan bijna onderaan op de lijst van beroepen die worden bedreigd door de komst van de robots, alleen de psychiatrisch verpleger heeft nog minder kans zijn werk te verliezen. In relatief korte tijd zijn schaakkampioenen door de techniek verslagen, evenals de beste deelnemers aan de kennisquiz Jeopardy!. Robots kunnen bepaalde operaties al met meer precisie uitvoeren dan een microchirurg. Over een jaar of twintig gaan de voetballers eraan, dus waarom niet de schrijvers of anders wel hun ziel?
Ik denk aan de Amerikaan Gordon Bell. Hij beschreef in Total Recall hoe hij zijn leven digitaal probeert vast te leggen. Zijn hartslag wordt in grafieken bijgehouden, de straten waar hij loopt worden gefilmd, net zoals de mensen, de honden, de stadsbussen. Elk gesprek dat hij voert, elke e-mail die hij schrijft, elk boek dat hij leest en zelfs alle websites die hij bezoekt, slaat hij digitaal op. Hij houdt het voor mogelijk dat in de toekomst een computerprogramma een e-mail namens hem beantwoordt, zelfs na zijn dood.
Ik kijk naar een YouTube filmpje van een elektronisch drumstel dat improviseert op basis van digitaal opgeslagen, eerdere improvisaties van een echte drummer. Het is te perfect, en wie weet is imperfectie onze ziel, onze persoonlijkheid, maar dat probleem is vast te verhelpen.
Is het een kwestie van tijd voordat we de eerste digitale genomineerde voor de Librisprijs hebben? Dan zal de schrijver niet lang daarna naast de IBM van A.F.Th. in het Letterkundig Museum staan.
Verontrust door al die boeken en films over de toekomst, ga ik naar buiten, de stad uit. Ik fiets in de omgeving van het Veluwemeer. De akkers zijn omgeploegd, de voren doen me aan eerst nog aan filmbeelden denken.
Ik kijk in de verte, schuin boven me. Een vogel zweeft kunstig, vrij en mysterieus op de windstromen. Dan laat die zich vallen, even plotseling als een trapezewerker, vertraagt, stijgt weer een paar meter op en hangt schijnbaar stil. Ver erboven vliegt een vliegtuig. Ik denk aan een mens die met vleugels aan zijn armen probeert op te stijgen, zoiets zal een schrijvende computer zijn, en trap rustig verder.

De schrijver, haar naam en zijn tieten (Lebowski Blog)

04-04-2016 10:36
De schrijver, haar naam en zijn tieten

 

Bij het insturen van mijn allereerste verhaal naar een uitgeverij overwoog ik een sekse-neutraal pseudoniem te gebruiken. 

Ik dacht dat ik meer kans zou maken als een redacteur niet wist of ik een man of een vrouw was. Alleen mijn initialen leek me ook mooi. Of een meer onbescheiden naam, zoals A.L.G. Bosboom-Toussaint. Ik weet niet precies meer wat ik koos. Mart Buckinx of zoiets. Ik dacht dat het beter was om mijn eigen naam niet te gebruiken omdat sommige wereldberoemde, vrouwelijke schrijvers ooit voor een mannelijk pseudoniem kozen. Voorbeelden van deze strategie zijn de Brontë-zusters, George Eliot en George Sand. Vrouwen die in plaats van hun voornaam hun initialen gebruikten, deden en doen het ook goed. Wat te denken van mijn hedendaagse favoriet: A. M. Homes. Of, van eigen bodem: D. Hooijer? D. Hooijer is, naast Frida Vogels, de enige vrouwelijke winnaar van de Libris Literatuur Prijs. En dan is er natuurlijk nog de echte knaller: J.K. Rowling.

In de tijd dat ik nog aan het Koninklijk Conservatorium studeerde, schreef een compositiestudente een werk voor acht musici op ballon. Ze haalde er de krant mee. Toen iemand haar vroeg hoe het is om een vrouwelijke componist te zijn in een mannenwereld, was haar antwoord kort: ‘Ik hoop juist dat mijn composities boven deze verschillen uitstijgen.’ Ik vond dat een mooi antwoord. Maken wij niet juist iets om te transformeren? Om te ontsnappen aan wie we zijn?

Nadat ik mijn eerste verhaal had opgestuurd, kreeg ik een uitnodiging van een uitgeverij. Bij de eerste ontmoeting begon de redacteur direct over het pseudoniem. ‘Wordt dat niet heel ingewikkeld als je je ergens moet voorstellen?’

Met een mengeling van amusement en ergernis volg ik de rubriek #lekkertellen van de Lezeres des Vaderlands. Ik weet weinig van statistieken en kan de wetenschappelijke waarde van #lekkertellen niet inschatten, maar vrouwen lijken er niet best af te komen als het om de hoeveelheid aandacht in boekenbijlagen gaat. Toch irriteert het me ook, die scheiding naar sekse. Het groepsdenken.

Ik herinner me een uitspraak van Martinus Nijhoff. Hij heeft ooit gezegd dat een Perzisch tapijt mooi is, maar dat je toch niet weet wie het gemaakt heeft, dat je niets weet van de levensomstandigheden van de maker. Het is mooi op zichzelf, geheel onafhankelijk van de maker.

Uiteindelijk debuteerde ik onder mijn eigen naam. Een enkele keer, als ik vind dat mijn werk meer aandacht verdient, of als er een bundel zoals Vrouwen schrijven niet met hun tieten verschijnt, twijfel ik of dat verstandig was. Een transformatie hoeft niet bij de cover op te houden. Was S.I.C. King niet toch beter geweest? Of zou het voor de literatuur in het algemeen beter zijn als we die namen voortaan maar helemaal weglieten, net als die tapijtwerkers?

Lastmens & andere verhalen

Lastmens & andere verhalen
08-01-2016 13:10

Ik dacht eerst dat de bundel Lastmens & ander verhalen een heruitgave was, met ook wat nieuw werk. Elke Geurts, die ik zou omschrijven als een schrijver die twijfelt tussen wel en niet gezien willen worden, vroeg zelf in elk geval niet overdreven veel aandacht voor haar nieuwe boek. Op haar blog staat de volgende dialoog met Sanneke van Hassel:

 

'Er is net een verzamelbundel uit. Met oud en nieuw werk.’

‘Wanneer?’
‘Twee weken geleden.’
‘Daar heb ik helemaal niets van meegekregen.’
‘We willen het ook een beetje stilhouden.’

 

Ook vond ik onderstaand stukje.

 

Kwetsbaarheid is één van de grootste talenten van de mens. Kwetsbaar durven zijn opent de weg naar verbinding en contact met de mensen om ons heen. Dit zei Dirk De Wachter in een artikel in de Morgen. Ik zag daarnet ook al een TEDx filmpje over kwetsbaarheid & schaamte. Het wordt vaak verward met zwakheid. Het tegendeel is waar. Het is sterk en getuigt van moed.
Ik kan heel goed sterk en moedig zitten zijn, zo in mijn kamer hier. Als de hele wereld is verdwenen in een dikke grijze mist en er niets of niemand is om je voor te schamen.

 

Maar toen ik de door Esther Gerritsen gekozen verzameling oude en nieuwe verhalen in handen kreeg en ik erin begon te bladeren, leek het haast eerder om een bundel met nieuwe verhalen dan om een heruitgave te gaan. Het eerste verhaal dat al eerder werd gepubliceerd staat pas op pagina 61. Ook de laatste drie verhalen zijn nieuw, goed voor maar liefst 75 pagina’s. Welgeteld bestaat ongeveer de helft van de bundel uit nieuw werk. 

Het laatste verhaal ‘Het schot’ hoorde ik Elke al eens voorlezen bij Schrijvers uit Oost. Dit verhaal staat direct onder spanning door de beginzin:

Het is de vierde dag op rij dat Mandelon Bondy avonddienst heeft gehad en zo laat nog op haar racefiets door Oost scheurt, als ze ter hoogte van de Molukkenstraat plotseling beschoten wordt en de film die haar leven is van zwart-wit naar kleur verspringt.

Hoewel ik me vaak moeilijk kan concentreren tijdens voorleesavonden, was ik direct geboeid. Na het schot volgt een lange gedachtegang van Madelon, een 37 jarige neurologe over haar droomleven, haar droombaan, droomman, droomkinderen en droomhuis aan het water. En over haar gebrek aan ‘smeuïgheid’. Haar man wil dat zij zichzelf beter verkoopt. ‘Vertel het me smeuïger,’ zegt hij. Ze moet van hem smeuïger zijn. Veel smeuïger. Zodat haar woorden de ander ook echt een keer bereiken. Anders gaat hij zijn tanden alvast poetsen terwijl zij nog aan het praten is.

Tegen het einde van het verhaal stapt de neergeschoten neurologe gewoon weer op haar fiets. Dat bevreemdde me die avond. Waren mijn gedachten tijdens het voorlezen toch afgedwaald en had ik de passage waarin de wonderbaarlijke genezing plaatsvond niet gehoord? Naar mijn idee had ik voor een keer juist wel het hele verhaal gevolgd.

Vandaag las ik ‘Het schot’ nog eens. En hoewel Madelon inderdaad wordt neergeschoten, zoals ik had onthouden (haar trommelvliezen exploderen zelfs), stapt zij ook even later weer op haar fiets, zonder dat er ook maar een arts aan te pas is gekomen. In het verhaal staat alleen:

Ze beweegt haar benen. Even later fietst ze weer. Ze kan zich niet herinneren hoe het zo is gekomen, maar ze is op de fiets terechtgekomen met haar voeten op de pedalen.

Deze eigenaardige overgang tussen werkelijkheid en verbeelding, die ongemerkt in elkaar overgaan, zonder dat een lezer precies kan zeggen waar de verbeelding of de werkelijkheid begint, is kenmerkend voor het werk van Elke Geurts. Daar waar een andere schrijver misschien zou zeggen dat Madelon zich voorstelt dat ze wordt neergeschoten, zodat ze als ze thuiskomt eindelijk eens een goed verhaal heeft voor haar man, daar maakt de verbeelding in deze verhalen deel uit van het dagelijks leven van de personages, zonder dat deze twee verschillende werkelijkheden door duidelijke signalen van de schrijver van elkaar worden gescheiden.

Het is jammer dat zo weinig mensen weten dat er zo veel nieuw werk in deze bundel staat. Een bundel vol geweldig mooie nieuwe verhalen.

Wolf

Wolf
02-01-2016 12:11

Van de week vroeg iemand mij of ik misschien een wolf in schaapskleren was. Ik wilde toen antwoorden dat ik gewoon een wolf was, zonder schaapskleren. Dat leek mij de beste keuze. Ik zou er direct rond voor uitkomen dat ik gevaarlijk ben, aanvallend, de slechterik uit een sprookje, dat soort dingen. Een machtig dier bovendien. Geen schuw, zachtaardig konijn. Niet zo’n grasetend prooidier. Het was een bevrijdend idee. Ik zou mij nu niet meer hoeven in te spannen om vriendelijk te zijn, betrouwbaar, eerlijk ook. Daarna zou ik hopelijk alleen nog maar meevallen. Vreemd dat ik net vandaag deze foto van een Canadese schrijver toegestuurd kreeg.